Geschiedenis

Geschiedenis van het Spoelhuis en het Inkijkmuseum

Het hele verhaal van een Spoelhuis waar bootjes naar binnen varen om huisgemaakte stof te lossen en te spoelen in de Dommel, via onderduikers in de kelder tot een mini museum en ontmoetingsplaats.

Situatieschets:

geschiedenis 01Het pand is gelegen aan de Dommelstraat in het centrum van Eindhoven op een perceel van ongeveer 7500 m2, in 2008 gereduceerd tot 250 m2. Het is het oude Spoelhuis dat behoorde tot de linnenfabriek van Van den Briel en Verster.

Na de sluiting van de fabriek in de jaren 60 en na enkele jaren leegstand werd de ruimte gebruikt als fietsenstalling van de politie Eindhoven.

Niet lang daarna, in 1974, is een deel van de ruimte in gebruik genomen door jongerencentrum de Effenaar en sinds 1984 is de culturele werkplaats 2B in het oostelijk deel gevestigd. Rond 2000 begint de aanloopfase voor de ontwikkeling van het perceel. De Effenaar krijgt een nieuw gebouw. 2B wordt gesloopt om deze ontwikkeling mogelijk te maken en wordt daarmee opgeheven. De tuin achter het huis 2A wordt omgebouwd tot ecologische verbindingszone. Het Spoelhuis en oude muur blijfven als enige originele onderdelen van de oude fabriek bestaan.

Geschiedenis in vogelvlucht:

  • Gebouwd in 1884
  • Gerenoveerd in 1922, tweede etage toegevoegd. Het huis wordt een woonhuis voor de congierge van de fabriek.
  • Van 1926 tot …. bewoond door.. is onbekend.
  • Van 1935 tot 1959 bewoond door de familie Schrürs.
  • Van 1959 tot mei 1962 bewoond door Gerrit en Dini van Happen-van der Velden.
  • Van 1962 tot 1995 bewoond door Jo Heesakkers.
  • Van 1996 tot nu bewoond door Martin Voorbij.
  • 21 maart 2004: opening Inkijkmuseum.
  • Van sept. 2007 tot maart 2008 wordt het Spoelhuis gerenoveerd.
  • Op 8 november 2008 wordt Het Inkijkmuseum officieel heropend.

geschiedenis 02

 

 

 

Historische versie van Het Spoelhuis van 1888 tot nu:

Het ontstaan van de firma Van den Briel & Verster.
geschiedenis 03In 1888 komt de firma Van den Briel & Verster voort uit de linnenfabriek van C. van den Briel. Na vestiging op de Bleek aan de Stratumse kant van de Dommel, trekt men naar de fabrieksgebouwen van Bisdom aan de Dommelstraat.

Na fusie met Van Dissel in 1963 houdt de firma nog enige jaren stand. Het fabriekscomplex wordt later gebruikt door jongerencentrum De Effenaar en Kultuur-werkplaats 2B. Een Effenaar is overigens een werktuig uit de textielindustrie.

De historie van het Spoelhuisje
Het witte huis aan de Dommelstraat werd voor Van den Briel & Verster in 1922 verbouwd tot woonhuis door A.G. Beltman, die op dat moment al voor Philips en Picus de eerste gewapend betonnen fabrieksgebouwen had gemaakt.

geschiedenis 04Uit een bouwtekening blijkt dat het oorspronkelijke huis half zo hoog was als nu en alleen beschikte over een benedenverdieping en een zolder. De juiste benaming was overigens Schuiten- en Spoelhuis. Omdat het huis aan de Dommel lag werd het door thuiswevers geproduceerde linnen per schuit aangevoerd. Daartoe was aan twee zijden van het spoelhuis een opening in de vorm van een gemetselde boog aangebracht waar de schuiten tot onder het huis konden varen. Na het lossen van het linnen voer men door de andere opening weer naar buiten.

 

Dit zou de functie kunnen verklaren van het luik in de vloer van de kamer aan de straatzijde.
In de tegenwoordige functie als tentoonstellingsruimte zijn dit luik en de hieronder gelegen ruimte niet zonder meer te bezichtigen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een perfecte schuilplaats voor onderduikers die zich aan de Arbeitseinsatz wilden onttrekken. Nieuwsgierig als hij was ontdekte Ad Schrurs deze ruimte als kleine jongen van een jaar of zes toen hij zich afvroeg waar toch die mensen bleven die keer op keer spontaan uit hun woonkamer verdwenen.

geschiedenis 05Tijdens de verbouwing zijn de muren van het huis opgemetseld zodat er een extra verdieping kon worden toegevoegd. Ook het dak liep veel spitser toe. Waarschijnlijk zijn tijdens deze verbouwing ook de openingen dichtgemetseld. In het stenenpatroon onder het raam zijn deze bogen nog te herkennen.

Wonen in het Schuiten- en Spoelhuis

1935-1959 familie Schrürs
Helaas is van de bewoners vóór 1935 niets bekend. In het jaar 1935 wordt de woning toegewezen aan het gezin Schrürs, waarvan de vader als chauffeur in dienst is bij de naastgelegen firma Van den Briel en Verster.

De oudste zoon Ad wordt in 1936 geboren en maakt er de oorlog mee, evenals zoon Joop uit 1937 en dochter Mieke uit 1942. In totaal zullen er maar liefst acht kinderen worden geboren, allemaal op dit adres.
Het aan de buitenzijde piepklein ogende huisje voldeed in die tijd prima qua ruimte en leefmogelijkheden. Op zolder bevonden zich twee slaapkamers, op de eerste verdieping drie. De jongens sliepen op zolder en dochter Mieke sliep met drie zussen op een kamer. Ook sliep er tot op zekere leeftijd een kind bij de ouders.

 

De oorlogsjaren
Als Ad 4 jaar oud is neemt de oorlog een aanvang. Doodsangsten staat hij uit, terwijl zijn één jaar jongere broertje Joop er niet van onder de indruk is. Ook zijn zusje Mieke herinnert zich niet ooit bang te zijn geweest. Het gezin komt niets tekort. Vader Schrurs is inventief en niet bang. Hij ziet kans alles wat nodig is bij elkaar te sprokkelen. Door zijn werk als chauffeur komt hij overal en heeft de juiste middelen tot zijn beschikking.

De grote tuin die doorliep tot aan de watertoren nabij het spoor voorziet hen van alles wat nodig is: aardappelen, boontjes, fruit. De pruimenbomen, waarvan de takken tot ver over de Dommel hingen werden geheel leeggeplukt. Dat hierbij de plukker nogal eens te water raakte is logisch. En dat was geen pretje. Het lijkt heel idyllisch, wonen aan het water, maar in die tijd was de Dommel een bijzonder vies riviertje waarin allerlei troep werd geloosd. Het water veranderde ook vaak van kleur en stonk regelmatig naar chloor. Het barstte dan ook van de ratten om en nabij het spoelhuis.

Bombardement en evacuatie
Hoewel er een schuilkelder is op de westelijke hoek van de Tramstraat met de Dommelstraat, durft moeder Schrurs er niet meer heen nadat er tegenover een brandbom is gevallen. Zodra de sirene gaat vluchten zij naar de fabriek waar zij schuilen in speciale bunkers en tussen grote balen linnen en katoen. Menige nacht hebben zij hierin doorgebracht.
Een evacuatie naar Tongelre kon niet uitblijven. Te voet met de kinderwagen naar een boerderij aan de toenmalige Achterstraat (nu: Jan Tooropstraat). Tijdens het bombardement door de Engelsen op 6 december 1942 waren zij echter nog thuis.
Ook het bombardement van 19 september 1944 ziet Ad nog voor zich. Eerst de talloze lichtkogels die naar beneden kwamen voorzien van dwarrelende reepjes aluminium. Deze waren bedoeld om de radar te misleiden. En daarna de vele stuka’s. Ze vlogen zo laag dat hij ze bijna had kunnen aanraken.

Tot eind 1959 heeft het gezin Schrurs in het huis gewoond. Dan gaat pa met pensioen en verhuizen zij naar een huis aan de Dommelhoefstraat.

1959 – mei 1962 Gerrit en Dini van Happen-van der Velden

geschiedenis 06De woning wordt verhuurd aan Gerrit en Dini van Happen - van der Velden die vanaf hun huwelijk in 1958 1,5 jaar bij hun ouders boven aan de Wolvendijk hebben ingewoond.
Ook Gerrit is werkzaam bij Van Briel en Verster en krijgt de woning aangeboden voor fl.3,50 in de week. En dat met een weekloon van 62 gulden! Als zij ook de tuin bijhouden mogen zij er zelfs gratis wonen.

In de fabriek waren gevestigd een weverij, spoelerij, naaikamer en strijkafdeling met flink wat personeel. De blekerij en wasserij waren in de tijd dat de familie Schrurs reeds aan de Wolvendijk gevestigd.

In mei 1962 vertrekt Gerrit bij Van Briel en Verster en verlaten zij ook de woning.

Jo Heesakkers met zijn oude moeder krijgt de woning in 1962 toegewezen. Als zijn moeder sterft blijft hij alleen achter tot december 1995.

geschiedenis 07Rond 1984 komt Martin Voorbij voor het eerst in beeld. Hij is een van de kunstenaars die zich het naastgelegen leegstaande fabriekspand in gebruik hebben als Kunstenaars Collectief 2B. Jo Heesakkers was de buurman en men zorgt min of meer voor elkaar. Als Jo in 1995 sterft komt Martin in aanmerking voor bewoning van het pand dat inmiddels is overgegaan in handen van de gemeente.

Sinds 2003 is het Inkijkmuseum geopend en na de verbouwing in 2008 is het Spoelhuis een gemeentelijk monument.

In 2007/2008 is het Spoelhuis verbouwd met als uitgangspunt dat het klaar is voor de komende 50 jaar.